Het klimaatfenomeen El Niño is terug, en het zou wel eens een van de krachtigste in de geschiedenis kunnen worden. Volgens de Amerikaanse weerdienst NOAA , de bron waar ook het KNMI zich op baseert, is El Niño in juni 2026 al op gang gekomen, met een grote kans op een minstens "sterke" en een aanzienlijke kans op een "zeer sterke" gebeurtenis tegen de herfst of vroege winter. De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) komt tot een vergelijkbaar beeld. Voor wetenschappers is dat niet alleen een weerbericht, maar ook een economische waarschuwing: onderzoek wijst erop dat een stevige El Niño de wereldeconomie biljoenen dollars kan kosten en dat die schade jarenlang doorwerkt.
Wat is El Niño?
El Niño is de warme fase van een natuurlijke cyclus in de Stille Oceaan, het zogeheten El Niño-Southern Oscillation-systeem (ENSO). Zoals het KNMI uitlegt, blazen normaal de passaatwinden warm oppervlaktewater richting Azië, terwijl voor de kust van Zuid-Amerika koel, voedselrijk water opwelt. Tijdens een El Niño verzwakken die winden en warmt het centrale en oostelijke deel van de Stille Oceaan op. Dat verschuift wereldwijd weerpatronen: droogte in delen van Zuidoost-Azië, Australië en India, juist meer regen in delen van Zuid-Amerika, en doorgaans een record-warm jaar wereldwijd. Het fenomeen komt gemiddeld eens in de twee tot zeven jaar voor en duurt meestal negen tot twaalf maanden. De koele tegenhanger heet La Niña.
De status in 2026
Begin 2026 doofde een zwakke La Niña uit, waarna de oceaan een tijd in een neutrale toestand verkeerde. In het voorjaar liepen de zeewatertemperaturen in de tropische Stille Oceaan echter snel op. Inmiddels zijn de klimaatmodellen het er volgens de WMO en NOAA in hoge mate over eens dat El Niño zich ontwikkelt en richting de winter van 2026-2027 verder kan aansterken. Het KNMI en het Europese Copernicus-klimaatprogramma wijzen er wel op dat een sterk opgewarmde wereld de voorspelling complexer maakt: oude El Niño's zijn minder bruikbaar als ijkpunt, omdat het klimaat in onontgonnen gebied terechtkomt. Bovendien is de voorspelling in het voorjaar extra onzeker, meteorologen noemen dat de "spring predictability barrier".
Hoe El Niño de economie raakt
De economische schade ontstaat niet door het fenomeen zelf, maar door de ketting van weerextremen die het in gang zet. De belangrijkste kanalen:
De grote cijfers
Het meest geciteerde onderzoek komt van Dartmouth-wetenschappers Christopher Callahan en Justin Mankin, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Science (2023). Zij concluderen dat El Niño de economische groei van landen langdurig afremt en koppelen 4,1 biljoen dollar aan wereldwijde inkomensverliezen aan de El Niño van 1982-83 en 5,7 biljoen dollar aan die van 1997-98. Cruciaal is hun bevinding dat economieën niet simpelweg een klap incasseren en weer opveren: de neergang kan zich vijf jaar of langer voortslepen. Voor de hele 21e eeuw projecteren zij tot 84 biljoen dollar aan verliezen als klimaatverandering El Niño verder versterkt.
Een tweede studie, in Nature Communications (2023), gebruikt een andere methode en komt op lagere, maar nog altijd enorme bedragen: cumulatieve verliezen oplopend tot zo'n 3,9 biljoen dollar per extreme El Niño over het gebeurtenisjaar en de drie jaren erna, neerkomend op ongeveer 4 tot 5 procent van het wereldwijde bbp. De twee studies verschillen dus over de exacte omvang — dat hangt sterk af van de gehanteerde methode — maar wijzen dezelfde kant op: de schade loopt in de biljoenen en houdt jaren aan.
Vergelijking: de laatste vijf El Niño's
Niet elke El Niño is even kostbaar. De schade hangt sterk samen met de kracht van het fenomeen, en die kracht verschilt enorm. De afgelopen vijf El Niño's laten dat goed zien, van nauwelijks merkbaar tot biljoenen aan verliezen.
| El Niño-periode | Kracht (KNMI/NOAA) | Wereldwijde economische impact (indicatie) |
|---|---|---|
| 2023-2024 | Sterk; een van de vijf krachtigste ooit gemeten, maar zwakker dan 1997/98 en 2015/16 | Droeg bij aan 2024 als warmste jaar ooit; opwaartse druk op grondstof- en voedselprijzen (o.a. cacao, koffie, rijst). Door de ECB als opwaarts inflatierisico benoemd. Geen vastgesteld wereldwijd schadebedrag. |
| 2018-2019 | Zwak/mild | Beperkte, vooral regionale gevolgen; nauwelijks meetbare wereldwijde economische impact. |
| 2015-2016 | Zeer sterk ("super") | Een van de duurste: gelijktijdig verlies geraamd op honderden miljarden, cumulatief tot circa 3,9 biljoen dollar over het jaar plus drie jaar (≈4-5% wereld-bbp, Nature Communications). Wereldwijde droogte, voedseltekorten en ziekte-uitbraken. |
| 2009-2010 | Matig | Merkbare regionale effecten op landbouw, maar beperkte wereldwijde economische schade. |
| 2006-2007 | Zwak | Geringe wereldwijde impact. |
Ter vergelijking — een historisch ijkpunt: de "El Niño van de eeuw" van 1997-1998 (zeer sterk) wordt door Science gekoppeld aan 5,7 biljoen dollar aan inkomensverliezen, en volgens de FAO leidde die destijds tot extreem weer in meer dan zestig landen.
De rode lijn is duidelijk: zwakke El Niño's (zoals 2006-07 en 2018-19) bewegen de wereldeconomie nauwelijks, terwijl zeer sterke gebeurtenissen (zoals 2015-16 en daarvoor 1997-98) biljoenen aan meerjarige verliezen veroorzaken. De schade neemt dus niet lineair, maar versneld toe met de kracht. Juist daarom is de verwachting voor 2026, sterk tot mogelijk zeer sterk, economisch relevant: het plaatst deze El Niño in de duurdere categorie.
Een ongelijk verdeelde rekening
Tropische en lagere-inkomenslanden worden het hardst geraakt, omdat hun economieën vaak sterk leunen op landbouw, ze in het hart van de El Niño-invloedssfeer liggen en ze minder buffers hebben. Waar een ontwikkeld land een groeidip van een fractie van een procent kan zien, kunnen landen als Peru en Indonesië volgens het Dartmouth-onderzoek hun bbp jaren later nog meer dan 10 procent lager zien uitvallen. Tegelijk zijn er beperkte winnaars: sommige regio's profiteren juist van mildere winters of gunstiger neerslag. Daar komt een maatschappelijk risico bij: stijgende voedselprijzen behoren historisch tot de sterkste voorspellers van sociale onrust.
Vooruitblik
De combinatie van een mogelijk zeer sterke El Niño en een al opgewarmde planeet maakt 2026-2027 tot een onzeker jaar voor de wereldeconomie. Of de schade richting de hoogste ramingen kruipt, hangt af van de uiteindelijke kracht van het fenomeen, de regionale uitwerking en hoe goed landen zich voorbereiden. De rode draad in het onderzoek is intussen duidelijk: een sterke El Niño is geen kortstondige weersverstoring, maar een economische schok die nog jaren in de cijfers zichtbaar blijft.
Bronnen
Toelichting bij de cijfers: betrouwbare wereldwijde schadebedragen bestaan vooral voor de zeer sterke El Niño's en zijn modelmatige schattingen met aanzienlijke onzekerheidsmarges; voor de zwakkere gebeurtenissen is de meetbare wereldwijde impact beperkt. Dit artikel is gebaseerd op openbare bronnen en bevat geen beleggingsadvies.