Wat stelt het kabinet voor?
Vanaf 2028 zou de vermogenswinstbelasting gaan gelden voor alle financiële instrumenten, zoals aandelen en obligaties: u betaalt dan belasting op het moment van verkoop. In 2030 volgt de volledige overstap naar een vermogenswinstbelasting, inclusief spaartegoeden. Ter financiering van die overstap stelt het kabinet voor de tussenliggende jaren enkele aanpassingen voor:

  • 2027: het forfaitaire rendement op overige bezittingen (waaronder beleggingen zoals aandelen, obligaties en vastgoed) stijgt van 6,37% naar 7,87%. Tegelijk daalt het heffingsvrij vermogen naar € 30.846 per persoon — bijna een halvering ten opzichte van de € 59.357 die nu, in 2026, geldt (volgens de huidige wet zou het in 2027 € 60.098 zijn). Over de verlaging van het heffingsvrij vermogen bestond begin oktober nog geen zekerheid; minister Heinen gaf aan bereid te zijn tot een andere grens.
  • 2028: het heffingsvrij resultaat daalt van € 1.800 naar € 1.000.

De gunstige kant
Een heffing over het werkelijk behaalde rendement sluit in beginsel aan bij een beleggingshorizon van meerdere jaren. Er wordt dan niet geheven over winst die nog niet is gerealiseerd, waardoor vermogen in de tussentijd ongestoord kan doorgroeien.

De keerzijde
Op korte termijn kan de belastingdruk juist stijgen. Een rekenvoorbeeld: bij € 100.000 aan beleggingen is het forfaitaire rendement bij 7,87% gelijk aan € 7.870, tegenover € 6.370 bij 6,37%. Dat is vóór toepassing van het heffingsvrij vermogen en het belastingtarief. Doordat zowel het heffingsvrij vermogen als het heffingsvrij resultaat daalt, blijft bovendien minder vermogen of resultaat onbelast.

U houdt uw rendement straks zelf bij
Een praktisch gevolg van de haast die het kabinet maakt, wordt nu al zichtbaar. Omdat banken de gegevens voor de vooraf ingevulde aangifte onder het nieuwe stelsel voorlopig niet kunnen aanleveren, verschuift een deel van de administratie naar de belegger zelf. Minister Heinen bevestigde dat de bewijsplicht bij de belastingplichtige ligt: wie aandelen met winst verkoopt, moet dat zelf bij de Belastingdienst opgeven. Dat kan betekenen dat u nauwkeurig moet bijhouden wanneer u koopt en verkoopt en welk rendement u behaalt. Heinen wees er wel op dat "er ook beleggingsportefeuilles zijn die dat voor je kunnen aangeven". Professioneel beheerde beleggingen gaan bovendien doorgaans gepaard met periodieke overzichten van waarde en resultaat, wat kan helpen bij de administratie die het nieuwe stelsel straks van beleggers vraagt. Hoe bijvoorbeeld de verkoopwinst op een tweede woning precies moet worden opgegeven, behoort voorlopig nog tot de open eindjes.

Nog geen zekerheid
De wet is nog niet vastgesteld en de voorstellen kunnen nog wijzigen. Op 5 oktober 2026 sprak de Eerste Kamer met minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg. Een meerderheid bleek bereid de novelle nog vóór kerst te behandelen, maar waarschuwde voor de krappe planning en de uitvoeringsrisico's. De novelle ligt nu voor spoedadvies bij de Raad van State — verwacht eind oktober — en moet vóór 31 december 2026 door beide Kamers om invoering per 2028 mogelijk te maken.

Wij blijven de ontwikkelingen voor u volgen. 

Laatste nieuws

okt 6, 2026

Update Box 3: belasting op werkelijk rendement komt dichterbij, maar de zekerheid ontbreekt nog

Op Prinsjesdag bleef duidelijkheid over het nieuwe box 3-stelsel nog uit. Op 29 september 2026 heeft het kabinet in een Kamerbrief alsnog concrete voorstellen gedaan.

sep 11, 2026

Binnenkort nieuwe investeringskansen bij Beaureale Investments

Nu het BRI Amsterdam TF investeringsfonds volledig is ingevuld, kijken wij alvast vooruit.

sep 7, 2026

Investeringsfonds BRI Amsterdam TF volledig gevuld

Alle participaties binnen investeringsfonds BRI Amsterdam TF zijn voltekend en toegekend aan investeerders.